Ik vervloek de oude Egyptenaren, de mayas en eender ander volk dat ooit pyramidale bouwsels ontwikkelde. Zij liggen - onrechtstreeks weliswaar - aan de bakermat van de zwaarste intervaltraining die ik totnogtoe mocht uitvoeren. Op papier zag 400-800-1200-1600-1200-800-400 er nog doenbaar uit. De tempo's waren uitdagend, maar haalbaar. De eerste twee intervallen gingen supervlot vooruit, zelfs iets te snel.
Ik had beter moeten weten, zo'n frivoliteiten betaal je cash achteraf. De resterende intervallen waren martelgangen en ik kon op de mijl mijn tempo nog maar net volhouden. De neerwaarste spiraal van mijn prestatie was recht evenredig aan de aflopende kant van de pyramide.
Gelukkig kon ik de laatste 200m aanpikken bij een groepje opwarmende atleten van een hoger kaliber. Terwijl zij keuvelend en volledig in controle even versnelden om de benen los te gooien, perste ik de laatste kracht uit mijn benen. Die 400m ging in 1'19", niet eens slecht dus.
Na mijn superieure houding over de makkelijkheidsgraad van een strikt loopschema, liep ik hier serieus met mijn hoofd tegen de muur. 40 seconden voor een 200m is voor een deftige triatleet (alhoewel ik nu alles in twijfel trekt) op het einde van een training niet zomaar van de poes, terwijl het voor lopers van hetzelfde kaliber een doodleuke opwarming is.
"Laat die mannen maar eens zwemmen en fietsen voor ze moeten lopen" stribbelde mijn ego nog even tegen. Wat ik gemakshalve over het hoofd zag, was dat ik tegenwoordig eigenlijk alleen looptrainingen doe. Zo is tijdelijk herbronnen bij een andere sport dus ook goed om perspectief te creëren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten