dinsdag 27 mei 2008

Challenge France



Vermits de - fantastische - organisatie van deze wedstrijd de start pas om 9u30 had gelegd, konden we "uitslapen" tot 6u30 voor het ontbijt. Met verstomming en ook wel bewondering zag ik hoe Rutger 10 boterhammen met confituur naar binnen speelde. Mijn teller geraakt echt niet verder dan 4. Het verschil tussen pro's en age groupers uit zich echt overal ;-)

Na een korte rit kwamen we aan in Mouterhouse en konden we onze fiets snel in orde maken en voorzien van drank en energie. De energie die opsteeg vanuit het wisselpark was weer enorm en tegelijkertijd een uitdaging om niet overdreven zenuwachtig te worden. Het meer in Mouterhouse is aan de smalle kant, dus werd er in waves gestart. Die waren best grappig ingedeeld. Na de pro's en dames age groupers, vertrokken de Franse age groupers, dan de buitenlandse age groupers en tot slot de masters en trio's. Blijkbaar moeten Franse mannen onder mekaar kunnen uitvechten wie de beste is ;-)

Ik was enigszins voorbereid op de temperatuur van het water, maar mijn lijf schrok er niet minder om toen ik erin sprong. Het stilliggen aan de startlijn maakte dat ik mijn armen niet meer voelde toen we uiteindelijk weg mochten. De eerste paar honderd meter deed ik het dan ook maar relatief rustig wegens geen gevoel, maar daarna geraakte ik in een deftig ritme en al snel haalde we de eerste Franse mannen in.

Ik heb trouwens een nieuwe theorie ontwikkeld over zwemmen in waves. Dat is volgens mij in het voordeel van de latere groepen. Als er 500 mannen en vrouwen voor u in het water liggen en "en masse" stroming creëren ga je daardoor sneller vooruit. Je moet er natuurlijk wel het nadeel bijnemen dat je tragere atleten inhaalt uit vroeger gestarte waves. Maar genoeg theorie, terug naar de praktijk...

Na 27 minuten uit het water en snel (althans dat dacht ik) door de wissel. Bij het buitenlopen van de wissel zag ik een Franse referee met hand en tand proberen uit te leggen aan een verstrooide deelnemer dat zijn helm achterstevoren opstond...

Het zwaartepunt van het fietsen lag eigenlijk in het begin, met na 5km al meteen de langste klim van de dag. Daar was het lekker druk en haalde ik makkelijk 200 à 300 collega's in. Daardoor werd het snel rustig en fietste ik relatief gezien op mijn dooie eentje gedurende het grootste deel van het parcours. Pas in de laatste 15km zag ik meer dan een enkele atleet voorbijkomen. 12 Fransen en een Duitser reden doodleuk in peletonvorm voorbij. Mijn opmerkingen dat dit een niet-stayer race was werden enkel weggelachen. Ergernis alom bij mij, maar ik onthield het adagio van Gordo: niet druk maken in dingen die je niet kan controleren en dus liet ik me uitzakken tot op 15m.

Maar toen de (Franse) scheidsrechter voorbijreed en deed alsof zijn neus bloedde, had ik het toch even moeilijk. Op de slotklim liet ik al de "valsspelers" achter en kon ik alleen aan de afdaling naar Niederbronn beginnen. Aan de tijdelijke loopbrug over het fietsparcours nog een grappige situatie meegemaakt. Daar stond iedereen teken te doen dat we moesten bukken want echt hoog was die brug niet :-)

Voor ik het goed en wel besefte had er iemand mijn fiets vast en moest ik alleen nog maar wisselen. Dat ging vlot en ik kon meteen beginnen aan mijn afsluitende halve marathon. Ik zou snel weten of ik genoeg gespaard had op de fiets. (Zie eerdere blog voor beschrijving van het loopparcours.)

De eerste 2 vlakke kilometers verliepen vlot in 8 minuten en de eerste keer de steile klim verteerde ik ook nog goed. Na 4 slopende klimkilometers kon ik eindelijk aan de afdaling beginnen. Daar werd ik voor de tweede keer geconfronteerd met het tijdelijke brugje en dat ga ik nog lang onthouden. Dat ding was zo steil dat ik even schrik had dat ik niet zou boven geraken. Maar dat was niets in vergelijking met de afdaling: pure vrije val.

De eerste rond kwam ik door in 46 minuten en dat was eigenlijk min of meer op schema. Tussen kilometer 12 en 14 kreeg ik het echter lastig. Spijtig genoeg lag daar net de steile klim. Daar nam ik de "executive decision" om even te stappen, kwestie van mezelf niet op te blazen. Eigenlijk ging ik niet veel trager vooruit en kon ik daarna snel terug in een min of meer deftig ritme geraken. De laatste kilometer klimmen kon ik zelfs terug "voluit" doorlopen.

De afdaling op het eind van de rit liep ik nog alles uit de kast en kon ik terug een echt respectabel tempo aanhouden. Eindelijk beneden was het dan genieten van de slotkilometer met veel volk om uiteindelijk te finishen in 4u35'11" op een 58ste plaats in het algemene klassement.

Mentale rust

Mijn hoofd zit tegelijkertijd vol en leeg rommel als ik zaterdag opsta. Vol met snot (een verkoudheid kon er ook nog wel bij), maar mentale rommel zit er niet meer in. De stomme diefstal van mijn spullen laat niet te veel sporen na en ik probeer bewust het meeste te maken van dit weekend.

Het is tenslotte niet elke dag dat je in het zog van een wereldtopper een wedstrijd kan voorbereiden. De dag begint vroeg, want om 8u is er al de pro-meeting met aansluitend de persconferentie. Grappig zicht, een twintigtal pro triatleten die niet genoeg geslapen hebben begroeten elkaar desondanks hartelijk. Nog grappiger was de opgetrommelde tolk die vergat te vertalen en steeds in dezelfde taal als de spreker hervatte.

Daarna snel geregistreerd en samen met Rutger en Luke Dragstra naar Mouterhouse gereden om te zwemmen in het meer. De wetsuits van Rutger paste toch niet echt super, het enige waar ik vrijheid en flexibiliteit in mijn armen had, was een sleeveless. Vermits het water maar 16°C was, vreesde ik voor het ergste. De confrontatie met het koude water was dan ook een schok, maar na enkele minuten was ik geacclimatiseerd en konden we een half uurtje los zwemmen.

Daarna gegeten en onze fietsen in orde gemaakt. Dat was misschien nog wel het meest stresserende moment van de dag, want Rutger staat niet bekend om zijn handigheid als het op fietsreparaties aankomt. Dus vroeg hij mij te helpen bij het installeren van zijn carbon remblokken voor de tijdritwielen. Nu is dat op zich niet zo'n moeilijke klus, maar de wetenschap dat als ik fout deed, dat voor hem kapitale gevolgen kon hebben, maakte mijn hand iets minder vast dan gewoonlijk. Alles verliep vlot en Rutger gaf zelfs enkele tips over hoe je best aero drinkbussen kan bevestigen.

Toen alles in orde was reden we op ons gemak los naar de eerste transitiezone om onze fietsen te plaatsen. Ondertussen was het aan het regenen en hoopten wij allebei dat het morgen beter zou zijn. De wissel stond al goed vol en de organisatie had het regenscenario voorzien want iedereen kreeg een overtrekzak voor zijn fiets.

De mentale rust die ik voelde en die mij vertrouwen gaf dat ik een goede wedstrijd ging doen bleek besmettelijk (of is het andersom), want Rutger was ook opvallend rustig. Dat uitte zich nog het meest toen we na het plaatsen van de fietsen op Daniëlle wachtten. We vonden mekaar niet meteen (ondanks het feit dat we op minder dan 20 meter van mekaar stonden) maar Rutger trok het zich niet aan. Naar eigen zeggen zou dat in het verleden wel eens anders kunnen geweest zijn. De honger naar een goede prestatie bij Rutger was nochtans groot, maar ook hij zag in dat hij de bagage van de ontgoochelingen uit het verleden moest afgooien. Gordo Byrn heeft dat ooit mooi omschreven: "Control the controllables, the rest is clutter". En dat motto blijft mij steeds bij.

's Avonds - ondertussen was Rutgers familie aangekomen - nog samen gegeten en onspannen gebabbeld en op tijd in ons bed. Laat de race maar komen...

Valse start

Vrijdag moest het begin zijn van onze trip naar de Challenge France Triathlon in Niederbronn-les-bains. Na een ochtendlijke vergadering snel naar huis gereden om de auto in te pakken en op tijd naar de Vogezen. Maar toen ging het mis...

Tijdens het inpakken van de wagen is mijn transitiezak gepikt!!! Met al mijn triatlongerief erin: wetsuit, fietsschoenen, loopschoenen, wedstrijdpakje, zwemgerief, trainingsspullen, de zak zelf... Alles samen goed voor ongeveer €1200 aan spullen. En wat op dat moment veel erger is, een hoop miserie - want aangifte doen bij de politie - en geen gerief om de wedstrijd mee te doen.

Op automatische piloot naar Sofie gebeld - die gelukkig nog niet mee was met Rutger - en binnen 5 seconden zei die: "Kom maar af en we regelen dat wel". Soms is een pro kennen een voordeel, want een wetsuit was mijn grootste probleem. Rutger had gelukkig nog wat testpakken liggen, die ik zomaar meekreeg. Blijkbaar dacht Sofie helderder dan ik, want ook een wedstrijdpak, pet en zonnebril lagen al klaar. En dus konden Dani en ik toch nog naar Frankrijk vertrekken om mijn eerste triatlon van het seizoen te betwisten.

Onderweg konden we het al enigszins relativeren en vroegen we ons zelfs al af hoe groot de deceptie bij de dief geweest moet zijn als hij de zak thuis opendeed. Want triatlongerief is redelijk specifiek, dus kan je er niet zoveel mee doen. En een bloeiende markt voor het gestolen waar lijkt mij ook niet te bestaan. De komende weken eBay maar in het oog houden, misschien kan ik mijn eigen gerief nog terugkopen...

donderdag 22 mei 2008

T minus 4 days

Nog vier dagen en dan is het zo ver, de Challenge France in Niederbronn-les-bains (schitterende plaatsnaam vind ik dat). De wedstrijdzenuwen beginnen zich stilaan te roeren en ik denk iets meer dan gemiddeld aan checklists, wedstrijdstrategieën en voedingsschema's. De laatste week voor een wedstrijd is eigenlijk de minst leuke. Je kan geen significante bijdrage meer aan je conditie toevoegen maar toch moet je bezig blijven met wat intensieve prikkels, die soms heel je mentale voorbereiding in de war sturen.

Gisteren heb ik de laatste keer zo'n fietsprikkel ingelast. Samen met Jeroen trok ik - hoe kan het ook anders als hij erbij is - naar Mechelen om 4à5 korte blokjes te doen boven wedstrijdintensiteit. En mijn benen draaiden op volle toeren kan ik wel zeggen. Na de eerste blok van drie kilometer draaide ik me om en tot mijn grote verbazing zat er een gat van 75m tussen mij en Jeroen. Zijn benen draaiden blijkbaar voor geen meter.

Hij herpakte zich enigszins bij het tweede interval, maar na het derde had ik een voorsprong van bijna 150m. De laatste keer tegen de wind in viel ik halverwege een beetje stil (als je van 47km/u naar 44km/u stilvallen kunt noemen) en kon hij zijn wagonnetje nog eens aanpikken.

De bottomline van dit verhaal is niet dat ik Jeroen eraf kon rijden - alhoewel dat stiekem toch altijd een beetje deugd doet - maar dat we alletwee een heel andere perceptie overhouden aan deze training. Ik voel mij goed, heb vertrouwen in zondag en hoef niets te wijzigen aan mijn plan. Jeroen daarentegen - en daarmee bedoel ik mijn gevoelens indien ik de geloste zou geweest zijn - hoopt dat zijn benen zondag beter zullen zijn, zal met minder vertrouwen het zware parcours tegemoet kijken en twijfelt enigszins aan zijn vooropgestelde wedstrijdindeling.

De vraag is of die gevoelens op hun plaats zijn? Waarschijnlijk niet, de kans dat de rollen zondag omgedraaid zijn, blijft reëel. Precies dat is het moeilijke aan de laatste wedstrijdweek. Je moet je voor een stuk overgeven aan de situatie. Er is nog maar weinig dat je kan doen om je conditie te veranderen, je zal het moeten doen met de bagage die je momenteel draagt, maar tegelijkertijd moet je ook durven vasthouden aan geplande doelstellingen. Zowel in positieve als negatieve zin.

Waar ik gisteren toch even flirtte met de idee om wat minder conservatief te fietsen, gezien de laatste geslaagde test, moest ik mezelf meteen met beide voeten terug op de grond zetten. Een beetje uitgerust en in iets dat voor piekconditie moet doorgaan zou ik geneigd kunnen zijn om de situatie verkeerd te lezen. Waar ik ondertussen uit ervaring weet is dat ik sowieso meer moet durven sparen voor het lopen, geldt dat dubbel en dik voor dit zware loopparcours. Daarom blijft het plan om zondag nooit diep te gaan tijdens het fietsen en goede wedstrijd te lopen. Hopelijk kan ik die discipline ook opbrengen tijdens de wedstrijd...

TDL crasht

Nog nooit eerder meegemaakt, maar de eerste valpartij in groep is een feit. Zondag tijdens de traditionele groepstraining van TDL hoorde ik tijdens een beklimming plots een ongewoon geluid achter mij. Ik kon het geluid echter meteen plaatsen: het ging om de onzacht over mekaar schuivende combinatie van carbon, aluminium, menselijk weefsel en beton.

Kortom, voor het eerst in de 5 jaar dat ik meefiets tijdens die zondagsritten lag een significant deel van onze groep op de grond. Correcter is te stellen dat ze over de breedte van een rijvak een soort lasagne vormden waarbij de fietsen de pasta waren en de ledematen en bloed de saus vormden. In totaal lagen er 4 TDL-ers op de grond en leek de schade op het eerste zicht redelijk groot te zijn. Dat viel al bij al nog mee, alleen Johan Roskams had toch wat recuperatietijd nodig. Gelukkig was er geen schade aan het materiaal en konden we vrij snel terug op pad.

Op ons tempo had de valpartij geen invloed: ik kwam thuis na 115km met een gemiddelde van 34km/u. De benen beginnen op wedstijdtempo te draaien...

Wijgmaalse feesten

Afgelopen zaterdag stond eigenlijk de Rivierenhofloop in Antwerpen op mijn programma. Daags voordien ontdekte ik echter dat in Wijgmaal, vlak bij huis dus, een 12km stratenloop op het programma stond. Een last-minute change aan het wedstrijdschema diende zich dus aan. Ik had namelijk nog een aantal andere belangrijke trainingen met het oog op de Quelle Challenge France gepland tijdens het weekend.

Enig nadeel was dat de wedstrijd om 11u startte en ik te laat uit mijn bed was. Niet helemaal wakker schoof ik toch geduldig aan om een startnummer te bemachtigen. Ook Maarten Pardaens, Bart en Nele en nog een paar bekende gezichten uit de triatlonwereld deden mee. Klokslag 11u waren we weg voor 6(!) rondjes onder de kerktoren van Wijgmaal.

Van in de start was ik meteen mee in de kopgroep en liep ik soepel. Misschien zou alles dan toch nog loskomen. Na 2 rondes kwamen we door in 14'30", perfect op schema om mijn beoogde tijd te lopen. Maar toen ging het mis, opeens kon ik het tempo niet meer aan en moest ik een aantal lopers laten gaan. Ik voelde de kracht zo uit mijn benen sijpelen. Ook slechte wedstrijden kunnen hun voordeel hebben, praatte ik op mezelf in, dus volhouden en de schade beperken.

Door de verschillende afstanden was het niet helemaal duidelijk op welke plaats ik nog liep, maar uiteindelijk finishte ik als 5de op de 12km. Puur op plaats gezien is dat natuurlijk weer zonder meer goed te noemen, ook al was het een zeer recreatieve bedoening. Maar over mijn wedstrijd kon ik allerminst tevreden zijn.

Toch heb ik niet gepanikeerd met het oog op de Quelle Challenge France van komende zondag. Een slechte dag kan iedereen overkomen, mijn algemene conditie is nog zeker op peil. In de namiddag deed ik nog 3x10' tempoblokken op de tijdritfiets en 's avonds breide ik er nog een zwemtraining aan.

Blijkbaar is ervaring toch een belangrijke factor in atletische evolutie. Een jaar geleden zou ik nu nog zwaar twijfelen aan mijn paraatheid voor de eerste triatlon van het jaar. Tenzij ik natuurlijk overmoedig geworden ben en dit een eerste indicatie van een conditiedip is...

dinsdag 13 mei 2008

Parcoursverkenning

Zondag trok ik met Rutger en Tine naar Niederbronn-les-bains in de Franse Vogezen om het parcours van de Quelle Challenge France te verkennen. De wedstrijd is binnen 2 weken, nog 14 dagen om me neer te leggen bij het feit dat zondag 25 mei pijn gaat doen.

Met een proftriatleet op verkenning gaan heeft zo zijn voordelen, bij aankomst kwam de 'race director' himself ons begroeten om ons te begeleiden op het loopparcours. We kregen meteen ook alle details over de aankomst en wissels mee. Het lopen is eigenlijk heel simpel, een vlakke aanloopstrook van 2km, dan een klim van 2km, een korte afdaling, nog eens een klim van 1,5km en vandaar alleen nog bergaf, met als toetje in de laatste 2km een stuk afdaling van 400m aan 15%!!! En dat doen we twee keer. De boodschap is dus om energie te sparen voor het lopen. Beter nog, voor de tweede ronde van het lopen...

Lunch kregen we ook nog aangeboden bij Guy thuis: lekkere pasta met verse kerstomaatjes, gekruid met toffe verhalen over alle proftriatleten die hij begeleidt. Die kerel heeft een echte droomjob...

Daarna trokken wij naar de zwemstart in Mouterhouse om aan de verkenning van het fietsparcours te doen. Daar zit het venijn hem eens niet in de staart. Na 5km krijg je meteen de langste klim van de dag voorgeschoteld met maximaal 10% stijgingspercentage. Na een stukje op de kam volgt een tweede deel van de klim, meteen het steilste klimwerk van de dag. De afdaling terug naar de zwemstart is snel, maar niet bochtig, dus is de tijdritfiets het aangewezen ros.

De tweede lus is vooral in het begin zwaar, met een 20-tal kilometer vals plat bergop, gevolgd door een even lange afstand vals plat bergaf en een lang stuk door het bos. Tot slot nog de eindklim van 2km in drie etappes en een razendsnelle afdaling naar de tweede transitiezone.

Conclusie: je kan hier snel fietsen, maar dan vrees ik dat de afsluitende 21,1km een ware calvarietocht zullen worden. Het woord 'Challenge' in de naam van de wedstrijd misstaat in ieder geval niet. Maar op een vreemde manier heb ik eens zoveel zin in de wedstijd als voordien. Bring it on...

dinsdag 6 mei 2008

Ich bin ein Roemer

Na mijn eerste positieve ervaring met de Duitse duursportevenementen, trok ik anderhalve week later al terug naar onze oosterburen voor een wedstijdprikkel. Ditmaal werd het de Schweinelauf in Düssel, een boerengat bij Wuppertal.

Op het programma stond 11,6km met een berg zoals wij die in België niet hebben, aldus de Duitse familie. Daarom wilde ik wel eens met eigen ogen zien wat voor een obstakel in onze weg zou liggen. Na de zelfgemaakte pizza van Fito dus in de auto voor een parcoursverkenning. Na goed 2 km draaiden we inderdaad scherp links en meteen ferm omhoog, maar om nu te zeggen dat dit buitenaards was... Een klim van 1,7km in twee stukken, met naar schatting ongeveer 5% gemiddeld stijgingspercentage. Niet van de poes, maar loopbaar. Ik had meer schrik van de laatste 2,5km die glooiend waren, met een drietal korte, steile knikjes.

Race morning was een gezellig drukke bedoening, alle Roemer mannen liepen naar traditie mee en vooral papa Fito was behoorlijk zenuwachtig. Hij had serieus getraind en was 10kg afgevallen, zijn zonen konden maar beter oppassen. Ook bij mij lag er druk, want op basis van de tijden van de vorige jaren, zat een mooie klassering erin. Ik probeerde mij rustig te houden, maar om de vijf minuten kreeg ik wel van iemand de vraag of ik zou winnen. Voor een doorsnee triatleet is dat een vreemd gevoel...

Bij de registratie liep ik een Duitse duatleet tegen het lijf die ook in Mettmann aan de start had gestaan. Kort babbeltje geslagen en ik wist meteen wie ik in de gaten moest houden. Als ik in zijn buurt kon blijven, zou ik een mooi resultaat lopen, dacht ik nog.

De start was op de middenlijn van het plaatselijke voetbalterrein, dat betekende dat we ongeveer een trechter van 50m hadden om door de poort op het einde van het terrein te lopen. Zonder echt te moeten spurten kwam ik daar als 4de door en na goed 200m liepen we met zijn drieën in de kopgroep. De klim viel zoals ik vermoedde wel mee, gewoon gelijkmatig tempo lopen en zeker niet vergalloperen. Resultaat: als tweede boven en meteen in een goed ritme voor de geleidelijke afdaling. Daarna kwam er een lang stuk op de kam, tegen de wind, waar we allen om beurten kop deden. Vlak voor de echte afdaling kwam er uit de achtergrond nog een atleet terug. Die had dus echt wel een mooie inspanning geleverd, tegen de wind in alleen terugkomen op een groepje.

Dat was het sein voor de bovengenoemde duatleet (Chris Anger) om er een snok aan te geven in de onverharde afdaling. Dwars over het erf van een boerderij gingen we om daarna door iemands tuin terug op verharde wegen uit te komen. Grappige parcours hebben ze hier. Geen van ons kon die demarrage beantwoorden en dus bleven we nog met drie over voor de resterende podiumplaatsen. Gedurende 2km probeerde ik mijn metgezellen los te lopen, maar ik kreeg nooit meer dan een paar meter en toen ze op het laatste knikje vol doorgingen, moest ik er onherroepelijk af. Gespeeld en verloren heet dat, maar bij gebrek aan ervaring vooraan in wedstrijden, was dat het beste wat ik kon verzinnen.

De vierde plaats was dus mijn deel, op amper 10" (in de uitslag, het was minder) van plaats 2 en 3. Wel weer een dik nieuw PR, ik was aan 10km doorgekomen in 35'37", bijna 2' sneller dan ooit tevoren. Ik moest dus wel tevreden zijn, maar toch voelde ik ook wat ontgoocheling, zo dicht kom ik misschien nooit meer bij het podium. Er was geen tijd om er lang over na te denken, want de rest van de familie moest nog finishen. Meteen na mij kwam Nils over de finish (die de korte wedstrijd liep), daarna Nicki en Max broederlijk naast mekaar en tot slot Fito, die 10' van zijn besttijd afdeed en met zijn armen in de lucht de finish overschreed. Iedereen tevreden dus! En dus konden we aan de Duitse apres-wedstrijd rituelen beginnen. Taart eten, halfliters bier drinken, Wurst eten... Grappig volk, die Duitsers.