maandag 21 april 2008

En we zijn vertrokken...



...het wedstrijdseizoen 2008 is op gang geschoten. Gisteren vond de Grundfos Duatlon in Mettmann plaats. Deze sprintduatlon was ideaal in alle aspecten om het seizoen mee te starten. Hij is vlakbij de Duitse familie (die wel nog niet thuis waren, met uitzondering van Dominique, bedankt voor de aanmoedigingen), heeft een zeer heuvelachtig parcours (dat ligt me beter) en Joeri kon zijn duatlon-debuut maken in alle kalmte, zonder bekende gezichten om hem heen die extra zenuwen met zich meebrengen.

Wij dus om 7u op pad richting Mettmann om toch het fietsparcours eens te verkennen. De term "anspruchsvoll" was zeker niet overdreven want er was geen meter vlak te bespeuren met als apotheose een klim tot 15% stijgingspercentage. Hopelijk zou Joeri dat verteren, want zijn eerste kennismaking met de bergjes van Leuven was niet helemaal rimpelloos verlopen...

Epicentrum van het gebeuren was het "voetbalterrein" van Mettmann. Nu ja voetbalterrein, een veld vol gravel doet bij mij andere sporten voor de ogen verschijnen, maar in Duitsland helemaal niet abnormaal. In ieder geval veel plaats in de wisselzone en fietsen plaatsen was zelfs naar keuze. Iedereen opeengepropt aan de uitgang naar het fietsen, dus opteerden wij voor de andere kant waar we een aantal extra meters plaats hadden. Opwarmen voor de start was ook makkelijk, want er lag een piste naast het veld.

Er werd gestart in 2 "waves": voor competitieve en recreatieve atleten. In Duitsland blijken multisporters zichzelf beter in te schatten dan bij ons, want iedereen stelde zich correct op. De start zelf behoort tot de grappigste die al meemaakte. Terwijl er nog een aantal atleten enkele meters voor de startlijn stonden te keuvelen, hoorde ik plots iemand langs de kant aftellen. De meerderheid van de atleten schrok zich dan ook een hoedje toen de start gegeven werd, misschien daarom dat het meteen snoeihard ging. De ronde op de piste kwamen we door in 1'12" en aan het eerste kilometerpunt zag ik 3'08" op mijn horloge. Toen was het veld al uit mekaargeslagen en vormden zich de eerste groepjes. Twee enkelingen op kop, gevolgd door de eerste kopgroep met de favorieten en vlak daarachter nog een tweede groepje, waar ik net mijn wagonnetje niet kon bij aanpikken.

Het loopparcours was ook verre van vlak, tot aan het keerpunt vooral in dalende lijn, om daarna gestaag terug te klimmen. Een aantal lopers hadden zich vergallopeerd in de afdaling, want die raapte ik op tijdens de klim terug naar de piste. Na 17'18" kwam ik terug aan de wisselzone!!! Een dik persoonlijk record op de afstand (die vrij accuraat zou zijn). Ik wist niet wat ik zag, want echt voluit was ik nu ook weer niet gegaan. Desondanks dit record kon ik geconcentreerd wisselen: schoenen uit, bril op, helm vast en weg. Duatlonwissels zijn peanuts...

Ook in het fietsen werden we meteen op wat dalende hectometers getracteerd, ideaal om mijn fietsschoenen aan te doen. Daarna ging het meteen steil bergop waar ik meteen twee voorgangers bij de lurven had. Meteen werd ook duidelijk dat dit een parcours was waar je jezelf op moest tegenkomen want het was afwisselend een (paar) kilometer omhoog en omlaag. Op de eerste stukken moest je wel de grote plateau blijven rondkrijgen en dalend was het zaak om vooral in een hoog tempo te blijven zodat niemand uit de achtergrond kon terugkomen.

Na 10km kwamen we dan aan het echte bergje van het parcours: 800m bergop met een maximaal stijgingspercentage van 15%. De overgang van de grote plaat naar mijn 42-25 was brutaal en ik kon op geen enkel moment bijschakelen tot boven. Op de kam van de klim stijgt het dan nog een dikke kilometer verder en zag ik nog drie man voor mij rijden (iets te dicht bij mekaar volgens mij, maar ja). Daar moest ik nog naartoe, pepte ik mezelf op. En op de laatste lange hellende strook kon ik ze inderdaad voorbij fietsen. Net op het einde van het fietsen werd ik dan zelf door een atleet bijgehaald.

Terug in de wissel moest ik mijn eerdere opmerking over duatlonwissels meteen herzien, want ik was vergeten mijn schoenen terug open te zetten en in het gesukkel om mijn rechterschoen aan te doen, zag ik nog een achterligger passeren. Voorbijgestoken in de wissel, nog nooit gebeurd. Het tweede lopen was een aangepaste versie van het eerste rondje, met ongeveer evenveel hoogtemeters, alleen in half de afstand gepropt. Op de derde en voorlaatste klim zat ik echt dood en ging ik bijna niet meer vooruit toen de snelste loper van de dag mij terug voorbij snorde. Gelukkig was het niet ver meer en kon ik zonder al te veel problemen finishen in 1u04'05" op een 11de plaats. Meteen een knalprestatie en dat ondanks een mindere goede voorbereiding. Ik was werkelijk supercontent (eens ik terug op adem was althans).

Daarna meteen voor Joeri gesupporterd en die bleek zijn eerste duatlon bijzonder goed te verteren. Goede tweede wissel en meteen in een deftig ritme voor het tweede lopen. Hij kon ook nog een hoop atleten inhalen en finishte in 1u22", boven alle verwachtingen dus. Tweede keer op rij dat ik supercontent kon zijn, want dat betekende dat hij mijn trainingsschema's goed verteerd had. Belangrijker nog, hij was zelf tevreden en keek meteen uit naar zijn volgende uitdagingen in de duatlonwereld!

Tevreden atleet en tevreden coach dus. De dag kon niet meer stuk. En dat bleef ook zo, de rest van de dag doorgebracht met de familie (die terugwaren uit Berlijn), stukske Kuchen gegeten, genoten van het zonnetje, kortom superdagje. De rit naar huis kon ik voor de tweede keer in een week op een wolkje doen...

dinsdag 15 april 2008

Snelheid is relatief

Met het oog op het nakende wedstrijdseizoen - zondag begin ik eraan - en vooral omdat duatlon toch een stuk onbekend is voor mij, testte ik afgelopen vrijdag de loopbenen over 5km. Op die manier hoopte ik zicht te krijgen op een degelijk wedstrijdtempo voor het eerste lopen. Traditioneel zal de eerste kilometer toch geweldig hard gaan om daarna in een haalbaar tempo te vallen. Daar ben ik op voorbereid, maar hoe hard is "te" hard?

Eerder arbitrair kwam ik uit bij 3'45"/km als wedstrijdtempo (omdat ik dat al wel eens gelopen heb over langere afstanden en omdat ik dit jaar behoorlijk loop, maar ook omdat ik nog niet zo veel snelheidswerk deed). Ik dus weg om 12,5 ronde op de piste te lopen, elk in 1'30". De eerste kilometer ging inderdaad te snel (3'33") maar ook daarna kon ik vrij vlot onder de 3'40" blijven om te eindigen in 18'07". Ik was nooit echt voluit gegaan, maar echt duatlontempo kan ik het ook niet noemen, tenzij ik in Mettmann een halve minuut aan mijn fiets wil staan hijgen.

Door gebrek aan veel wedstrijdervaring op de afstand is dat een dik PR. Ook Joeri deed de test en kwam ook al op een nieuwe besttijd uit. Ik dus op een wolkje naar huis want dat had ik niet echt verwacht. Echt lang heb ik toch niet gezweeft, want het afgelopen weekend werd er verschroeiend hard gelopen op de marathon. Zowel in London als Rotterdam finishte de winnaar onder de 2u06'. Dat komt neer op een 5km-split van onder de 15 minuten, 8 keer na mekaar!

Uiteraard dien ik mezelf niet te meten aan wereldtoppers in een discipline, maar het plaatst alles toch enigszins in perspectief. Ik denk niet dat ik het tempo van die mannen ook maar een kilometer kan volgen, terwijl ik als triatleet toch niet bepaald tot een onfitte categorie mensen behoor. En daardoor kom je toch weer tot de essentie van waarom je dit doet: om jezelf tot het uiterste te drijven en nieuwe barrières te doorbreken. Volgende barrière: de 18 minuten grens op de 5km, wie weet volgende zondag al...

Stageverslag: part three

Tot slot van de stageverslagen een vergelijkende studie tussen de recreatieve - alhoewel dat ook een rekbaar begrip is - triatleten, waartoe ik mezelf reken en de toppers waar caravangenoot Tine een voorbeeld van is.

Het belangrijkste verschil zit vervat in het opzet van de stages. Voor ons is het vooral een fietsstage, voor hen is het een totale stage. Waar iemand als Jeroen 700km fietste in de eerste week en slechts 3 maal zwom en liep, haalde Tine slechts 400km fietsen, maar ook 20km zwemmen en 60km lopen.

Voor het eerst probeerde ik ook een meer gebalanceerde aanpak op stage, met minder fietsen, maar hoewel ik - vooral in de eerste week - ook veel liep, slaagde ik er niet in om de drie sporten in evenredigheid te beoefenen. Dat was deels te wijten aan mijn gebrekkige voorbereiding. Daardoor was ik halverwege de stage al vermoeider dan ik wilde laten uitschijnen. Voor het eerst voelde ik ook echt dat het op was tegen het einde van de stage.

Anderzijds is dat een probleem dat zich al veel langer stelt. In een goede trainingsweek zal ik praktisch altijd slechts 2 van de 3 sporten echt goed getraind hebben. En dat is dus de belangrijkste les die ik meeneem uit deze stage, dat ik nog beter een balans tussen de drie sporten dien te vinden, met andere woorden, 3 keer zwemmen, 3 keer fietsen en 4 keer lopen. Dat wordt de focus van de komende weken...

Stageverslag: part two

In deel twee van mijn stageverslag wil ik het hebben over de uitschieters. De opvallende gebeurtenissen zeg maar, dingen die ik mij binnen een paar jaar nog zal herinneren.

Het grappigste voorval van de stage speelde zich af in de afdaling van de Tanneron. Door de passages van Parijs-Nice aldaar is de weg voorzien van een splinternieuwe asfaltlaag die uitnodigt om snel te gaan. Ik zat in een goed ritme en reed tegen de 60km/u toen ik een bordje van werkzaamheden zag staan. Automatisch zet je je wat rechter en vertraag je dus enigszins, maar ik was absoluut niet voorbereid op wat er na de volgende bocht zou gebeuren...

Net om die bocht stond een seingever die behoorlijk schrok van mijn verschijning (een fiets maakt niet veel lawaai op nieuwe asfalt), maar meteen in actie schoot. Hij sprong op het midden van de baan en maande mij luidruchtig aan tot stoppen. Ik dus alles dicht, op het randje van slippen aan, klaar om in alle talen te beginnen vloeken tegen deze idioot. Net op het moment dat ik stilstond en mijn eerste niet voor publicatie vatbare woord wilde uitroepen viel echter een 25-tal meter voor mij een boom dwars over de weg. De blik in mijn ogen moest totale verbazing en opluchting vertoond hebben, want de - plots niet meer zo idiote - seingever knikte met zijn hoofd alsof hij leek te vragen of ik nu begrepen had.

Een ploeg bosbeheerders was langsheen het traject de dode en gevaarlijke bomen aan het verwijderen zodat ze geen gevaar meer vormden voor het verkeer. Een efficiënt groepje mannen, want binnen de 2 minuten nadat de boom het wegdek raakte, kon alle verkeer terug door. Achteraf is dat dus best grappig, want ik denk niet dat mijn helm de vallende boom had kunnen tegenhouden...

De mooiste training was zonder enige twijfel wat ik de "foo fighters-extreme trail run" heb gedoopt. Om niet altijd dezelfde parcours te gebruiken trok ik de "petits maures" in, zonder te weten wat me te wachten stond. Dat werd echter al snel duidelijk toen ik na enkele kilometers op een rotsachtig wandelpad terechtkwam. Steil bergop - en soms ook weer af - op een pad dat je soms moest zoeken en waar lopen niet altijd mogelijk was. Na enkele kilometers zwoegen kom je dan op iets beter beloopbare paden en word je vooral getrakteerd op een schitterend uitzicht op het natuurgebied naast de camping en de kustlijn van St. Aygulf. Net op dat moment begon Dave Grohl aan Everlong en vroeg hij zich af "If everything could ever be this good again?". Het mannetje in de iPod deed het weer (misschien topic voor een andere blog?!).

Na iets minder dan een uur kom je dan boven op de Col de Bougnon en kon ik aan de afdaling beginnen. Daar heb ik dan maar wat tempokilometers in gelopen om mijn vermoeide benen wat specifieke training te geven. Zonder enige twijfel de mooiste training van de veertiendaagse. Spijtig dat ik ze niet kon delen...

Stageverslag: part one

De fietsstage in St. Aygulf zit er weeral een weekje op, hoog tijd dus om een verslag te schrijven. Ik was van plan om een dagelijks dagboek bij te houden en hier te posten, maar hoe langer de stage duurde, hoe minder ik effectief neerschreef en dus lijkt het mij beter om de highlights van de 2 weken te bundelen in een aantal thema's:

Eerste topic kan alleen maar het weer zijn.

Op enkele hier onder besproken uitzonderingen na, hebben we nog eens lekker weer gehad in la douche France. De zon was veelvuldig aanwezig en het aantal keer dat we met been- of kniestukken moesten rijden was op een hand te tellen, in tegenstelling tot het aantal namiddagen aan het zwembad. Ik ben dan ook de trotse eigenaar van streepjes op mijn armen en benen...

De rit naar het zuiden was nochtans al een hele beproeving, tot onder Dijon werden we getrakteerd op sneeuw, die soms zeer hevig uit de lucht kwam vallen. Menig ongeluk gezien, maar gelukkig zelf gespaard gebleven.

En alsof we nog niet genoeg wit spul gezien hadden onderweg, werden we de eerste rit getrakteerd op een sneeuwstorm in de afdaling van de Bourigaille. Niemand was daar echt op voorbereid kleidingsgewijs, dus werd er zelfs even geschuild in een lokaal bushokje.

Verder beperkte de neerslag zich tot een dag hevige regens. En dat hebben we geweten. Nog nooit zo nat geweest op de fiets, er stond letterlijk water in mijn schoenen. Spijtig genoeg heb ik toen aan den lijve moeten ondervinden dat water en elektronica niet samengaan, want zowel mijn iPhone als mijn hartslagmeter zijn tijdens dat ritje naar de eeuwige jachtvelden verhuisd. Vooral aan dat eerste toestel was ik nogal gehecht en kon ik me wel voor het hoofd slaan dat ik mijn regenjasje niet tijdig heb aangedaan.

Tenslotte werden we nog twee dagen getrakteerd op snoeiharde Mistralwinden, zo erg dat ik een nacht gedacht heb dat de caravan op het punt stond op te stijgen. Op de fiets is zoiets natuurlijk ook niet echt aangenaam te noemen, op sommige momenten leek het alsof we letterlijk achteruit werden geblazen. Maar gelukkig had Mr. Blowhard er na een aantal dagen al genoeg van en konden we de rest van de stage genieten van aangenamere windsnelheden.