Met de historische glansprestatie van Kevin Vanderperre vers in het geheugen was ik aan mijn eerste back-to-back fietsweekend toe. En wat voor weekend, er gebeurde vanalles in het Belgische sportwereldje. Zaterdag fietste ik met Maarten, Jeroen, Bart, Ronny en Nico 3 uur bij mekaar. De wind was de grootste tegenstander. Op kop rijden deed de hartslag meer dan normaal de hoogte ingaan. Tia Hellebaut ging 's avonds ook de hoogte in! En hoe. Net terug van stage en meteen over 2 meter. Goed voor een Belgisch indoorrecord en een beste wereldjaarprestatie! Van een binnenkomer gesproken.
Zondag weer op de fiets, ditmaal met Bert en opnieuw Bart. Het was de eerste keer dat ik twee dagen na mekaar 'lang' kon fietsen. Ik beschouwde de training dan ook als een test om na te gaan hoe mijn benen zouden reageren. Concreet betekende dat veel kopwerk en een stevig tempo bergop. Het eerste halfuur draaide ik vierkant, maar zoals zo vaak kwam alles stilaan los en stelde ik vast dat ik nog nooit zo vroeg op het seizoen constante spanning op mijn benen kon verdragen. Na tweeënenhalf uur zette ik Bert af om nog een uurtje door te gaan. Tijdens dat uur bleek mijn zitvlak er als eerste aan te gaan. Altijd een goed teken, als je benen nog goed zijn terwijl je achterste naar zachtere ondergrond verlangt.
Tijdens mijn zondagochtendtraining was er op de zevende dag een debat (lees: welles-nietesspelletje) over de 'affaire Lefevre'. Bij het herbekijken van de reportage op sporza.be heb ik me meer dan eens geërgerd aan zowel Maarten Michielssens als Wouter Vandenhaute. De eerste zwaait telkens met anonieme getuigen, die vanwege hun onbekendheid niet kunnen aangevallen worden, terwijl de hoogste piet van Woestijnvis niet echt overtuigde in zijn argumentering dat het enkel om een vendetta tussen Dedecker en Lefevre gaat. Beide partijen laten echter na om een echt bewijs zwart op wit op tafel te leggen zodat we nog maar eens hervallen in een perverse versie van proces via de media, waar je plots schuldig bent 'until proven otherwise'.
In de namiddag werd Erwin Vervecken wereldkampioen vallen en opstaan, waarmee ik niets wil afdoen van zijn prestatie. Hij was immers de enige Belg die met alle omstandigheden van de dag omkon en zich erboven zette. Bart Wellens verdient ook lof voor zijn mooie remonte met een gebroken pols, maar verliest dat lof voor zijn idiote uitspraken na de wedstrijd. We zullen het maar toeschrijven aan teleurstelling, of gebrek aan opvoeding, maar zeggen dat Vervecken niet de verdiende winnaar is, of dat Page en Franzoi niet thuishoren op een WK-podium getuigt niet meteen van klasse.
Later op de avond was het up-and-down sportweekend compleet toen Brugge ongeveer zijn hele technische staf op straat zette. Elf overbetaalde voetballers bleven wekenlang beneden niveau en naar goede traditie wordt dan de trainer ontslagen. Zo gaat dat nu eenmaal.
Zo kunnen we dus minstens van een bewogen sportweekend spreken. Tekenend is ook de proportie zendtijd die wordt besteed aan de sportieve prestaties en buitensportieve zaken. Kevin en Tia moesten het telkens doen met een korte vermelding in het journaal (toegegeven het High Jump Gala ging rechtstreeks), terwijl zowel in de zevende dag als in studio 1 oeverloos in het niets gediscussieerd werd over doping en ontslag. Het lijkt er meer en meer op dat onze sportjournalisten een cruciaal onderdeel van hun oeuvre aan het verdringen zijn, namelijk degelijke sportverslaggeving. Waarschijnlijk is het niet sappig genoeg om over viervoudige sprongen en wereldjaarprestaties te rapporteren als je het kan hebben over intriges en positiewissels aan bestuurstafels. Het aantal verkochte kranten en de kijkcijfers van deze programma's doen vermoeden dat ik hier tot een minderheid behoor en niet meteen op beterschap moet hopen.

