In deel 2 van mijn persoonlijk sportjaaroverzicht neem ik mijn wedstrijden onder de loep, ook in de hoop dat ik er lessen kan uit trekken voor de Ironman in Lake Placid. De belangrijkste vaststelling is dat, in tegenstelling tot mijn trainingsarbeid, ik een zeer positief beeld overhoud aan mijn wedstrijdjaar. Hoe die tegenstelling te rijmen is, probeer ik hieronder te schetsen in 3 delen.
The Good:
In eerste instantie ben ik vooral blij over mijn progressie in het lopen. Op alle afstanden tot 10km liep ik het afgelopen jaar een vet persoonlijk record en wat nog belangrijker is, kon ik in een halve triatlon eindelijk lopen naar mijn vermogen. Een blik op mijn trainingslog leert me trouwens dat alle goede loopprestaties volgden op een periode met consistente kwaliteitstrainingen. Vandaar het voornemen om daar vooral regelmaat in te krijgen.
Voor de tweede keer in mijn triatloncarrière kon ik een "perfecte" triatlon afwerken, meer bepaald in het
mooie Duitse Hückeswagen. Half augustus zwom, fietste en liep ik daar volledig naar maximaal kunnen. Toegegeven, ik ben ooit al sneller geweest in afzonderlijke disciplines, maar nog nooit paste de triatlonpuzzel zo mooi in mekaar op de halve afstand. Deels was dat te wijten aan de gebrekkige fietsvoorbereiding, waardoor ik heel bewust moest inhouden en goed kon lopen. Een 4de plaats in de minder goed bezette wedstrijd was het resultaat.
In 2009 was Duitsland trouwens mijn geografische toplokatie op racegebied. Mijn 11de plaats in mijn seizoensopener op de
Duatlon in Mettmann (met 5km PR) en de 4de plaats in de
Schweinelauf een maand later in een supertijd, mogen gerust naast de perfect race in Hückeswagen geplaatst worden. Misschien zit er iets in de Duitse lucht. In ieder geval plan ik in 2009 een mini-stage in Duitsland en waarschijnlijk staat de duatlon van Mettmann ook opnieuw op het programma.
The Bad:
Globaal genomen kan ik niet tevreden zijn over mijn zwemmen en fietsen. In vergelijking met voorgaande jaren kon ik in geen van beide disciplines dezelfde resultaten voorleggen. Reden is heel simpel: te weinig getraind! Daar moet ik niet meer woorden aan vuil maken, gewoon beter doen.
Daarnaast beschouw ik mijn eerste halve van het seizoen in
Niederbronn-les-bains ook als een 'slechte' wedstrijd. Het is correcter te zeggen dat ze tot de middelmaat behoort, maar op zich kan ik daar geen vrede mee nemen. Zwemmen ging nog, fietsen was te snel (bleek achteraf) en tijdens het lopen - waar ik een doel van gemaakt had - kende ik een inzinking van een kwartier. Ooit ga ik zeker terug om een revanche op mezelf te nemen, want voor de rest was het veruit de mooiste en best georganiseerde wedstrijd van het jaar!!!
The Ugly:
Spijtig genoeg is er ook een restcategorie met hele slechte ervaringen. Sommige wedstrijden gaan zo compleet de mist in dat je eigenlijk enkele seconden nadien al de nodige lessen getrokken hebt. Daarin schuilt natuurlijk ook de uitdaging: de negatieve ervaring zien voor wat ze is en eruit leren.
De
halve van Brasschaat en de bescheiden Aardbeienjogging in Wezemaal zullen nog lang in mijn geheugen gegrift staan. In Brasschaat fietste ik mij helemaal om zeep, waarna ik tijdens de halve marathon stilstond. Soms moet een mens volledig op zijn gezicht gaan om lessen te leren. En dat deed ik dan ook. Eindelijk had ik door dat fietsen aan een intensiteit die doenbaar lijkt, toch een goede halve marathon kan kosten. In Hückeswagen kon ik daarom voor het eerst echt mijn wedstrijdplan uitvoeren naar behoren. De les spookt nog steeds door mijn hoofd, wat mij doet vermoeden dat ik in Lake Placid voldoende reserve zal inbouwen tijdens de fietsproef. Maar vraag me op 27 juli nog eens hoe ik daarover denk.
Tot slot de
Aardbeienjogging in Rotselaar. Een simpele 10km ongeveer anderhalve maand na mijn PR-conditie uit Duitsland. Daar zou ik wel eens snel korte metten mee maken en tegelijk een mooie plaats meenemen. Hoogmoed komt voor de val zeggen ze dan zeker? Bij de eerste helling wist ik al hoe laat het was en kon ik enkel proberen tegen mijn maximum te blijven lopen voor de resterende 6km. Ik denk niet dat ik al ooit zo diep gegaan ben, de laatste kilometer beperkte mijn zicht zich tot een kleine tunnel. De laatste bocht op 150m voor de finish dacht ik letterlijk dat ik tegen de grond ging. Niks goede tijd, niks goede plaats, enkel nederigheid in de plaats. Maar op haar eigen manier is ook deze ervaring de openbaring geweest die later op het jaar voor de 'topprestatie' in Hückeswagen zorgde. Sindsdien kan ik namelijk dieper gaan dan ooit bij het lopen en vooral ook rustig blijven tijdens een wedstrijd en blijven geloven in een degelijke afloop.
Al bij al een goed wedstrijdjaar dus, met slechts een paar (heel) valse noten. Ik ben er dan ook van overtuigd dat, als ik de lessen uit
deel 1 ter harte neem, 2009 nog mooiere resultaten op vlak van wedstrijden zal opleveren.