woensdag 2 mei 2007

Solo ride

Ik heb een gigantisch respect voor professionele langeafstandsatleten. Niet alleen vanwege hun prestaties, maar vooral vanuit hun discipline als het aankomt op trainingen uitvoeren. Op een bepaald moment beginnen trainingen namelijk zo lang te worden dat er niet te veel companen zich aandienen. Dan moet je er dus alleen op uit, dag in dag uit. Ik heb het al moeilijk als ik twee lange trainingen per week alleen moet doen.

Gisteren was het nog eens van dat. Ik ging ervan uit dat de vrije dag van 1 mei wel de nodige vrijwilligers zou opleveren om mij (gedeeltelijk) te vergezellen tijdens mijn training van 5 uur. Noppes dus! Dan maar alleen de toertocht Haasrode-Hoei-Haasrode gaan rijden. Daar zou ik wel een groepje tegenkomen om mee te rijden. Weer noppes dus!

Alleen tegen de wind naar Hoei dus. Na 20km was ik het eigenlijk al beu, de goesting om terug te draaien was immens groot. Maar zolang ik de pijltjes vond, bleef ik maar rijden. Reeds vanop 40km afstand kan je de rookpluimen van de kerncentrale bij Hoei zien, dichter komen doe je echter slechts zeer gestaag. Na 40km was ik het echt beu en kon enkel de gedachte aan Rutger Beke en Peter Reid mij overtuigen om verder te rijden. Rutger gaat soms weken aan een stuk alleen op stage in godvergeten plaatsen als Font Romeu. Zonder vrouw, zonder kind, zonder afleiding. Reid stond erom bekend dat hij in zijn opbouw naar Hawaii in 'hermit mode' ging en alleen in een gammel huis stages organiseerde. Als die mannen dat kunnen, moet ik toch wel 150km alleen kunnen rijden dacht ik maar. Uiteindelijk kwam ik in Hoei aan en leidde de weg mij terug richting Leuven. De wind draaide in mijn voordeel en in de verte zag ik een klein groepje rijden. Na een inspanning van enkele minuten waarbij ik niet onder de 45km/u kwam, had ik ze te pakken: 4 companen om naar Leuven te rijden. Het feit dat ik ruim drie kwart van het kopwerk deed, kon me geen bal schelen.

Ik heb dus nood aan sociale controle en bevestiging in mijn triatlonambities (deze blog is daar uiteraard ook een uiting van). Vorige week hoorde ik een podcast van Dean Karnazes, een Amerikaanse ultraloper die 50 marathons in 50 staten in 50 dagen liep. Hij had het steeds over zien hoever je je lichaam kan brengen, om voor jezelf te weten dat je er alles hebt uitgehaald. Dat vertrekpunt lijkt mij op dit moment vreemd en dat is confronterend. Want waarom doe ik het dan eigenlijk en vooral wanneer vinden mijn lichaam en geest dat het genoeg geweest is? Hopelijk pas na Zwitserland, dan zal ik er eens over nadenken.

Geen opmerkingen: