Na mijn eerste positieve ervaring met de Duitse duursportevenementen, trok ik anderhalve week later al terug naar onze oosterburen voor een wedstijdprikkel. Ditmaal werd het de Schweinelauf in Düssel, een boerengat bij Wuppertal.
Op het programma stond 11,6km met een berg zoals wij die in België niet hebben, aldus de Duitse familie. Daarom wilde ik wel eens met eigen ogen zien wat voor een obstakel in onze weg zou liggen. Na de zelfgemaakte pizza van Fito dus in de auto voor een parcoursverkenning. Na goed 2 km draaiden we inderdaad scherp links en meteen ferm omhoog, maar om nu te zeggen dat dit buitenaards was... Een klim van 1,7km in twee stukken, met naar schatting ongeveer 5% gemiddeld stijgingspercentage. Niet van de poes, maar loopbaar. Ik had meer schrik van de laatste 2,5km die glooiend waren, met een drietal korte, steile knikjes.
Race morning was een gezellig drukke bedoening, alle Roemer mannen liepen naar traditie mee en vooral papa Fito was behoorlijk zenuwachtig. Hij had serieus getraind en was 10kg afgevallen, zijn zonen konden maar beter oppassen. Ook bij mij lag er druk, want op basis van de tijden van de vorige jaren, zat een mooie klassering erin. Ik probeerde mij rustig te houden, maar om de vijf minuten kreeg ik wel van iemand de vraag of ik zou winnen. Voor een doorsnee triatleet is dat een vreemd gevoel...
Bij de registratie liep ik een Duitse duatleet tegen het lijf die ook in Mettmann aan de start had gestaan. Kort babbeltje geslagen en ik wist meteen wie ik in de gaten moest houden. Als ik in zijn buurt kon blijven, zou ik een mooi resultaat lopen, dacht ik nog.
De start was op de middenlijn van het plaatselijke voetbalterrein, dat betekende dat we ongeveer een trechter van 50m hadden om door de poort op het einde van het terrein te lopen. Zonder echt te moeten spurten kwam ik daar als 4de door en na goed 200m liepen we met zijn drieën in de kopgroep. De klim viel zoals ik vermoedde wel mee, gewoon gelijkmatig tempo lopen en zeker niet vergalloperen. Resultaat: als tweede boven en meteen in een goed ritme voor de geleidelijke afdaling. Daarna kwam er een lang stuk op de kam, tegen de wind, waar we allen om beurten kop deden. Vlak voor de echte afdaling kwam er uit de achtergrond nog een atleet terug. Die had dus echt wel een mooie inspanning geleverd, tegen de wind in alleen terugkomen op een groepje.
Dat was het sein voor de bovengenoemde duatleet (Chris Anger) om er een snok aan te geven in de onverharde afdaling. Dwars over het erf van een boerderij gingen we om daarna door iemands tuin terug op verharde wegen uit te komen. Grappige parcours hebben ze hier. Geen van ons kon die demarrage beantwoorden en dus bleven we nog met drie over voor de resterende podiumplaatsen. Gedurende 2km probeerde ik mijn metgezellen los te lopen, maar ik kreeg nooit meer dan een paar meter en toen ze op het laatste knikje vol doorgingen, moest ik er onherroepelijk af. Gespeeld en verloren heet dat, maar bij gebrek aan ervaring vooraan in wedstrijden, was dat het beste wat ik kon verzinnen.
De vierde plaats was dus mijn deel, op amper 10" (in de uitslag, het was minder) van plaats 2 en 3. Wel weer een dik nieuw PR, ik was aan 10km doorgekomen in 35'37", bijna 2' sneller dan ooit tevoren. Ik moest dus wel tevreden zijn, maar toch voelde ik ook wat ontgoocheling, zo dicht kom ik misschien nooit meer bij het podium. Er was geen tijd om er lang over na te denken, want de rest van de familie moest nog finishen. Meteen na mij kwam Nils over de finish (die de korte wedstrijd liep), daarna Nicki en Max broederlijk naast mekaar en tot slot Fito, die 10' van zijn besttijd afdeed en met zijn armen in de lucht de finish overschreed. Iedereen tevreden dus! En dus konden we aan de Duitse apres-wedstrijd rituelen beginnen. Taart eten, halfliters bier drinken, Wurst eten... Grappig volk, die Duitsers.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten