dinsdag 15 april 2008

Snelheid is relatief

Met het oog op het nakende wedstrijdseizoen - zondag begin ik eraan - en vooral omdat duatlon toch een stuk onbekend is voor mij, testte ik afgelopen vrijdag de loopbenen over 5km. Op die manier hoopte ik zicht te krijgen op een degelijk wedstrijdtempo voor het eerste lopen. Traditioneel zal de eerste kilometer toch geweldig hard gaan om daarna in een haalbaar tempo te vallen. Daar ben ik op voorbereid, maar hoe hard is "te" hard?

Eerder arbitrair kwam ik uit bij 3'45"/km als wedstrijdtempo (omdat ik dat al wel eens gelopen heb over langere afstanden en omdat ik dit jaar behoorlijk loop, maar ook omdat ik nog niet zo veel snelheidswerk deed). Ik dus weg om 12,5 ronde op de piste te lopen, elk in 1'30". De eerste kilometer ging inderdaad te snel (3'33") maar ook daarna kon ik vrij vlot onder de 3'40" blijven om te eindigen in 18'07". Ik was nooit echt voluit gegaan, maar echt duatlontempo kan ik het ook niet noemen, tenzij ik in Mettmann een halve minuut aan mijn fiets wil staan hijgen.

Door gebrek aan veel wedstrijdervaring op de afstand is dat een dik PR. Ook Joeri deed de test en kwam ook al op een nieuwe besttijd uit. Ik dus op een wolkje naar huis want dat had ik niet echt verwacht. Echt lang heb ik toch niet gezweeft, want het afgelopen weekend werd er verschroeiend hard gelopen op de marathon. Zowel in London als Rotterdam finishte de winnaar onder de 2u06'. Dat komt neer op een 5km-split van onder de 15 minuten, 8 keer na mekaar!

Uiteraard dien ik mezelf niet te meten aan wereldtoppers in een discipline, maar het plaatst alles toch enigszins in perspectief. Ik denk niet dat ik het tempo van die mannen ook maar een kilometer kan volgen, terwijl ik als triatleet toch niet bepaald tot een onfitte categorie mensen behoor. En daardoor kom je toch weer tot de essentie van waarom je dit doet: om jezelf tot het uiterste te drijven en nieuwe barrières te doorbreken. Volgende barrière: de 18 minuten grens op de 5km, wie weet volgende zondag al...

Geen opmerkingen: